Zoeken
  • Harvey

Duidelijkheid over huurkorting vanwege de coronacrisis

De Hoge Raad heeft het beslissende antwoord op de vraag hoe de huurkorting vanwege corona moet worden berekend. Deze duidelijkheid was nodig omdat lagere rechters hier verdeeld over waren. Wat wordt nu de standaardberekening?


Deze uitspraak heeft betrekking op de huur van een 290-bedrijfsruimte, vooral retail en horeca, en geldt alleen voor huurcontracten van voor 15 maart 2020. Na deze datum was de coronacrisis immers volop in het land, zodat er niet meer gesproken kan worden van onvoorziene omstandigheden. Bij nieuwere huurcontracten kan er eventueel ook een beroep op onvoorziene omstandigheden gedaan worden. De rechter moet dat per geval en aan de hand van alle omstandigheden afwegen.


Een van de discussiepunten was of het feit dat winkels niet open mochten, een gebrek aan het gehuurde was of een onvoorziene omstandigheid. De Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2021:1974) heeft nu geoordeeld dat er geen sprake is van een gebrek, maar van een onvoorziene omstandigheid. Op grond van een onvoorziene omstandigheid kan de rechter de huurovereenkomst aanpassen door de huurprijs te verminderen (huurkorting).


Het gaat niet alleen om de gedwongen sluiting (lockdown), maar ook om andere overheidsmaatregelen die betrekking hebben op de coronapandemie en waardoor het gehuurde niet of in mindere mate geëxploiteerd kan worden. Dus ook als er minder of geen publiek in de gehuurde 290-bedrijfsruimte komt.


De Hoge Raad heeft gekozen voor de vastelastenmethode om de huurkorting te berekenen. In deze rekensom moet rekening worden gehouden met de Tegemoetkoming Vaste Lasten en de omzet die de huurder nog wist te maken ondanks de coronamaatregelen ten opzichte van de precorona-omzet. De uitkomst van de rekensom moet zijn dat de huurder en de verhuurder de pijn delen.


De Hoge Raad geeft in het vonnis een stappenplan en een voorbeeldberekening voor de berekening van de huurkorting.


De berekening houdt rekening met de gemaakte omzet die op alternatieve wijze is gegenereerd, zoals omzet uit bezorgen/afhalen en internetverkopen.


De huurder moet dus zijn omzetgegevens met de verhuurder delen om deze berekening te kunnen maken.


In procedures die al lopen, zal deze uitslag worden verwerkt. Andere huurders kunnen met deze uitspraak in de hand proberen alsnog in overleg te gaan met de verhuurder als er geen of minder huurkorting is gegeven. De Hoge Raad heeft dat expliciet aangemoedigd.

In de praktijk ziet men ook veel dat de huurder en de verhuurder gewoon 50% huurkorting afspreken over de periode van sluiting van het gehuurde. Deze afspraken blijven staan en zullen in het merendeel van de gevallen voor de huurder meer opleveren dan de vastelastenmethode die de Hoge Raad voorschrijft.

0 weergaven0 opmerkingen